FAQ's
Waarom is een fonds nodig om scholing te stimuleren?
In de kunsteducatie is altijd een tekort aan geld. Door de wijze waarop de financiering van het fonds georganiseerd is, wordt gestimuleerd dat werkgevers en werknemers meer aandacht aan scholing besteden.  

Sociale partners hebben bij CAO geregeld dat instellingen premie afdragen. Doe je als instelling niets aan scholing dan kun je ook geen recht op scholingssubsidie laten gelden en krijg je niets voor je ingelegde premie  terug anders dan de dienstverlening van sociale partners. De helft van de instellingspremie aan het fonds wordt door sociale partners namelijk in de activiteiten van sociale partners zelf geïnvesteerd.

Van de andere 50 % van de premie wordt de scholingsregeling bekostigd. Je krijgt alleen subsidie als je ook schoolt. Veel instellingen hebben de neiging in tijden van crisis te besparen. Besparen op scholing betekent in dit geval ook verlies van premiegelden. Hoe meer je schoolt echter, hoe meer subsidie je kunt krijgen.

Sociale partners dwingen elkaar en de instellingen daarmee om te blijven scholen.
Het gaat dus om een solidariteitsheffing die grosso modo ertoe leidt dat de sector professionaliseert, dat er veel aandacht wordt besteed aan scholing in bedrijfsvoering en managementtraining, maar ook basiskennis en vakkennis wordt bijgeschoold. Wat in de scholingsregeling extra is, is dat het maken van een scholingsplan en samenwerking in nieuwe bedrijfsscholen wordt gestimuleerd.
Daarnaast worden bedrijfsscholen ondersteund met de scholingsregeling (jaarverslag 2010, pagina 33 en 34).
Sluit venster