Welke activiteiten en kosten komen voor subsidie in aanmerking?
Waaraan moeten te subsidiëren scholingsactiviteiten voldoen?

3.1 Het dient te gaan om opleidings-, scholings- en vormingsactiviteiten van
      instellingen en werknemers in de kunsteducatie die in het betreffende
      kalenderjaar zijn aangevangen respectievelijk worden uitgevoerd en/of
      afgerond. Scholing kan ook dienen voor doorstroming naar andere
      sectoren.

3.2 Het kan ook gaan om opleidings-, scholings- en vormingsactiviteiten in
      het kader van de arbeidsverhouding tussen werkgever en werknemers in
      de kunsteducatie (dus aangaande de werknemers en hun directie) die in
      dat jaar zijn aangevangen respectievelijk zijn uitgevoerd en/of afgerond.

3.3 De opleidings-, scholings- en vormingsactiviteiten dienen algemene her-,
      na- en bijscholing (inhoudelijk, organisatorisch, vakmatig) te betreffen.

3.4 De scholing dient aan te sluiten bij het kennis- en vaardigheidsniveau dat
      je mag verwachten bij de huidige functie en positie van de werknemer(s)
      en directie.

3.5 De scholing dient aantoonbaar inpasbaar en toepasbaar te zijn in de
      eigen werksituatie van de werknemer/werkgever, danwel bij te dragen aan
      de organisatieontwikkeling of liggen in het verlengde van functionerings-
      gesprekken en het loopbaanbeleid binnen de organisatie. Er dient sprake
      te zijn van een aantoonbare meerwaarde.

3.6 De aanvraag dient inhoudelijk gemotiveerd te worden met een duidelijk
      leerdoel met scholingselementen en een onderbouwde visie met een
      beoogd effect (bijv vakmatig/thematisch/functioneel/organisatorisch/
      bedrijfsbelang) en passen binnen het scholingsplan van de instelling. 

3.7 Bij de aanvraag dient een beschrijving van de aard van de scholing
      aanwezig te zijn, met een heldere beschrijving van de doelstelling.

3.8 Scholingsactiviteiten kunnen slechts directe scholingskosten (lesgelden,
      inschrijfgelden, examengelden en directe lesmaterialen) betreffen. Ook
      lunch- en koffie- en theevoorzieningen kunnen in redelijkheid worden
      gedeclareerd voor zover onderdeel van een dagarrangement. Deze dienen
      tegelijkertijd te worden ingediend (begroot) en achteraf tegelijkertijd te
      worden gedeclareerd.

3.9 De scholingsaanvraag dient duidelijk en volledig te zijn.
      Mocht een aanvraag onvolledig zijn, dan krijgt de aanvrager de gelegen-
      heid de aanvraag te completeren met ontbrekende stukken bij de
      ontvangstbevestiging dan wel de voorlopige subsidietoekenning. Mocht
      een aanvulling van de aanvrager op dit verzoek binnen een maand na
      datum van dit verzoek uitblijven, dan wordt de aanvraag gesloten.

Voor artikel 3.10 en verder, klikt u hier.
De volledige tekst van de regeling vindt u hier.
 
Scholingssubsidie
Sluit venster