| Wat is de hoogte van de subsidie? | |
|
4.1 Het bestuur stelt jaarlijks een bedrag vast op basis waarvan een instelling en per medewerker maximaal rechten kan ontlenen ten aanzien van gehonoreerde scholingsaanvragen. Dit bedrag wordt (meer)jaarlijks geïndexeerd. 4.2 Van de directe scholingskosten (lesgelden, inschrijfgelden, examen- gelden en directe lesmaterialen) komt per 1-12-2009 maximaal 40% voor subsidie in aanmerking. 4.3 Instellingen die hun opleidingsplan van dat jaar meesturen (zie preambule) kunnen maximaal 50% van hun directe scholingskosten vergoed krijgen voorzover dat voldoet aan het door het SFKV en A+Ofonds ontwikkelde en beschikbaar zijnde opleidingsformat. 4.4 De maximale scholingssubsidie per instelling per jaar is 150% van de premie die op basis van de loonstaat sociale verzekeringen van het voorgaande jaar door de instelling is voldaan. 4.5 Bij een aanvraag van een bedrijfsschool kan tot maximaal 70% van de directe scholingskosten vergoed worden tot maximaal € 25.000 op jaarbasis. Op basis van een bedrijfsschoolplan kan hiervoor een voorschot worden verkregen. Voor de meerdere kosten geldt een subsidie van de reguliere vergoeding (zie 4.2 en 4.3). 4.6 Worden toegekende scholingsaanvragen niet uitgevoerd (te weinig deelnemers) of vinden wijzigingen plaats in de inhoud of de lengte van het scholingsprogramma dan dient dit direct schriftelijk/mail bij het SFKV gemeld te worden teneinde de maximale subsidiehoogte opnieuw vast te stellen. 4.7 Met ingang van 1-1-2009 is de maximale scholingssubsidie per mede- werker € 1620,-. 4.8 Indien het fonds geen middelen meer heeft in het kader van het B-fonds, dan wordt geen subsidie meer toegekend of verstrekt. Samenwerkingsverband 4.9 In de bedrijfsschool worden gezamenlijke cursussen uitgevoerd. Deze dienen (kopiën van) nota's in te dienen op basis van de directe scholingskosten. Hiermee wordt voorkomen dat ieder van de instellingen separaat een aanvraag moet indienen voor de scholing van zijn eigen deelnemers in het samenwerkingsverband. Uiteraard op basis van deelnemerslijsten. Scholingskosten worden op factuurbasis verantwoord. 4.10 Indien niet alle betrokken werkgevers aan het SFKV premie afdragen of een premiebetalingsachterstand bestaat, vindt de vergoeding naar rato van het aantal deelnemers plaats dat wel premie afdraagt (zie 1.5 t/m 1.8). Declarabele kosten 4.11 De berekening van de hoogte van de declarabele kosten vindt na toetsing op de algemene voorwaarden plaats langs de lijn van: 1. Eerst wordt voor een instelling (individuele aanvrager) 40% (zonder scholingsplan) respectievelijk 50% (met scholingsplan) resp. 70% (gezamenlijke instellingen) van de scholingskosten van het gehele traject berekend. 2. Dan wordt het aantal personen dat aan de scholing deelneemt tegen de maximale scholingssubsidie voor dat jaar en per persoon berekend. 3. Vervolgens is het bedrag dat als laagste uit bus komt (van 1 en 2) de maximale subsidie. 4. Zonodig vindt dan de pro-rato berekening plaats op basis van premiebetalende (deel van de) instellingen per aantal medewerkers die de CAO-SFKV volgen (zie 1.10). 5. Vervolgens wordt gekeken of dit bedrag de maximumsubsidie per instelling overschrijdt (zie 4.4). Indien dat zo is, geldt de maximum- subsidie voor die instelling als maximum toe te kennen subsidie. 4.12 Alleen feitelijk verstrekte en daadwerkelijk gegeven scholing zal worden gesubsidieerd (dus niet kosten van geannuleerde scholingen, ziekte van medewerkers of cursusleiding). 4.13 Subsidie wordt slechts verstrekt voorzover er middelen in het B-fonds / scholingsfonds beschikbaar zijn. |
|
| Terug naar boven | |

